Mag uw arts informatie achterhouden?

Bron: www.gezondheid.be - Gepubliceerd op 23/05/2013

Volgens de wet op de Patiëntenrechten hebt u als patiënt een recht op alle informatie die u een beter inzicht geeft in uw gezondheidstoestand en de (vermoedelijke) evolutie ervan. Ook wanneer het er heel slecht voor u uitziet, hebt u het recht dat te weten. De arts (of paramedicus) moet u dus zo goed mogelijk inlichten over de diagnose, de behandeling, de geneesmiddelen, de kostprijs, over wat u beter wel en niet doet. Als er voor een behandeling alternatieven bestaan, is de zorgverstrekker verplicht die met u te bespreken. 

Voor elke handeling die de arts (of andere beroepsbeoefenaar) wenst te stellen – een onderzoek, een behandeling enz. – moet hij u alle nodige informatie geven zodat u met kennis van zaken toestemming kunt geven.

Dat betekent dat de zorgverstrekker u volledig moet informeren over:

  • het doel (bijvoorbeeld: dient de tussenkomst om een diagnose te stellen of om een operatie uit te voeren?)
  • de aard (bijvoorbeeld: is het een pijnlijke tussenkomst of niet?)
  • de dringendheid (bijvoorbeeld: kan de tussenkomst uitgesteld worden of niet?)
  • de duur en de frequentie (bijvoorbeeld: hoe lang en hoe vaak zal de tussenkomst nodig zijn?)
  • de nevenwerkingen en risico’s
  • eventuele nazorg
  • mogelijke alternatieven
  • de financiële gevolgen
  • de mogelijke gevolgen bij weigering. 

Zowel u als de beroepsbeoefenaar kunnen vragen om de toestemming (of weigering) schriftelijk vast te leggen. Dat document wordt dan toegevoegd aan uw patiëntendossier. Op elk moment mag u uw toestemming voor een voorgestelde of lopende behandeling weigeren of weer intrekken. Die beslissing moet opgenomen worden in het patiëntendossier.
Als u een onderzoek of behandeling weigert, moet de arts u op de hoogte brengen van de gevolgen van die beslissing.

 

Wanneer mag uw arts informatie achterhouden?

Wanneer uw arts (of paramedicus) vermoedt dat bepaalde informatie uw gezondheid ernstig kan schaden, kan hij beslissen
 u (tijdelijk) niet alles te vertellen. Vanaf het ogenblik dat het vermoeden verdwijnt, is hij verplicht u in te lichten. Deze situatie noemt men de “therapeutische exceptie”. 

In dit geval moet de beroepsbeoefenaar vooraf een collega raadplegen. Hij moet ook een schriftelijke motivering voor zijn beslissing aan uw patiëntendossier toevoegen.
Hebt u een vertrouwenspersoon aangeduid, dan moet de beroepsbeoefenaar hem of haar wel informeren.

 

Recht op duidelijke informatie

U hebt recht op informatie in een duidelijke taal. Dat betekent dat de zorg rekening moet houden met uw leeftijd, uw opleiding,
uw psychische draagkracht,...
Meestal zal u geïnformeerd worden door middel van een gesprek. U kunt echter ook vragen om die gegevens op papier te zetten. Bovendien kan u vragen dat de informatie ook aan de vertrouwenspersoon die u hebt aangeduid, wordt meegedeeld.

 

Het recht om NIET te weten

U hebt als patiënt het recht om te weten, maar ook het recht om niet te weten. Als u wenst niet geïnformeerd te worden (bv. of u al dan niet drager is van een ongeneeslijke ziekte zoals de ziekte van Huntington), moet de arts die vraag respecteren. Hij noteert dit verzoek wel in uw patiëntendossier.

In een aantal situaties kan de beroepsbeoefenaar beslissen u tegen uw wil in toch te informeren. Hij is daartoe verplicht wanneer hij oordeelt dat hij anders uw gezondheid of die van derden ernstig in gevaar brengt (bv. besmettelijke ziekte). Hij moet hiervoor wel eerst overleg plegen met een andere zorgverstrekker en met uw vertrouwenspersoon.

 

Meer info

www.vlaamspatientenplatform.be
www.patientrights.be